En als iemand toch binnen is? Zo beveiligt u de binnenkant
Wat doet beveiliging binnen, als de buitenkant al niet hielp?
Drie dingen: het bezoek korter maken, de buit kleiner maken en vastleggen wie er was. Binnen gaat het niet meer om afschrikken maar om tijd. Hoe eerder er een melding uitgaat en hoe langer iemand moet zoeken, hoe minder er meegaat.
De meeste mensen kopen beveiliging voor de buitenkant en stoppen daar. Dat is logisch, want daar begint het. Maar de binnenkant bepaalt wat een inbraak u uiteindelijk kost, en dat is een ander gesprek dan of iemand binnenkomt.
Meeneembeperking: de maatregel waar niemand over praat
In de VRKI 2.0 is meeneembeperking een eigen maatregelcategorie met vier niveaus, naast bouwkundig, elektronisch en schildetectie. Het komt erop neer dat waardevolle spullen niet los op een plank liggen: een kluis die vastzit, een afgesloten ruimte, of eenvoudigweg dat de sieraden niet in het nachtkastje liggen.
Dit is de goedkoopste maatregel in het hele rijtje en tegelijk de minst verkochte, want er valt niets aan te installeren. Toch is het precies wat bepaalt of iemand met twee minuten werk klaar is of met een leeg gevoel weer vertrekt.
Detectie binnen: bewegingsmelders, en waar ze fout gaan

Een bewegingsmelder in de hal of de woonkamer meldt dat er iemand loopt. Handig, maar hij meldt pas als iemand al binnen is. Daarom zetten wij detectie liever op de schil (zie de buitenkant) en gebruiken we binnenmelders als tweede laag.
Waar het in de praktijk misgaat:
- Huisdieren. Een melder die niet huisdierbestendig is staat binnen een week uit, en dan is uw hele systeem er niet meer.
- De cv-ketel en de zon. Snel wisselende warmte geeft valse meldingen. Twee keer een loos alarm en niemand neemt het derde nog serieus.
- Te veel melders. Wie elke kamer wil dekken, krijgt een systeem dat hij niet meer inschakelt. Een systeem dat uit staat beveiligt niets.
Binnencamera’s: wanneer wel, wanneer niet
Een binnencamera is nuttig op één plek: waar iemand langs moet en waar hij herkenbaar in beeld komt, meestal de hal of de overloop. In woonkamers en slaapkamers adviseren wij ze zelden. Niet vanwege de regels, maar omdat mensen ze uitzetten, en een camera die uit staat is een camera die er niet is.
Woont u met meer mensen in huis, of komt er hulp over de vloer, spreek dan af waar de camera’s hangen en wanneer ze aan staan. Dat gesprek vooraf voorkomt de discussie achteraf.
Wie kijkt er mee als het afgaat?

Hier valt de beslissing die het meeste uitmaakt en die het minst wordt besproken.
| Wie reageert | Wat het betekent |
|---|---|
| U zelf, op uw telefoon | Kost niets per maand. Werkt alleen als u kijkt, bereik hebt en op dat moment iets kunt doen. |
| Uw buren of familie | Beter dan alleen uzelf, maar niemand is er altijd. Leg vast wie er als eerste wordt gebeld. |
| Een meldkamer | Kost per maand, maar er zit altijd iemand. Vraagt uw verzekeraar om een gecertificeerde installatie, dan hoort dit er meestal bij. |
In de VRKI heet dit reactie, en die categorie heeft vier niveaus. Welk niveau bij u hoort volgt uit uw risicoklasse. Dat rekenen we in de doorloop hieronder voor u uit.
Uw risicoklasse gaat over wat er ligt
Voor een woning bepaalt de waarde van uw attractieve zaken de klasse: tot € 75.000 is klasse 1, € 75.001 tot € 125.000 klasse 2, € 125.001 tot € 175.000 klasse 3 en daarboven klasse 4. Attractieve zaken zijn spullen die waardevol zijn, onder de arm meegaan en goed te verkopen zijn: apparatuur, sieraden, contant geld, antiek, kunst en verzamelingen.
Let op wat er niet in staat: uw keuken, uw bank en uw cv-ketel tellen niet mee. Het gaat om wat iemand in één keer mee kan nemen. Mensen schatten hun klasse daardoor vaak te hoog in.
Wat u hier het beste mee kunt doen
Loop uw huis een keer door met één vraag in uw hoofd: wat zou er in tien minuten weg kunnen zijn? Dat lijstje is korter dan u denkt, en het vertelt u precies waar de kluis, de melder of de camera moet komen. Wilt u er iemand over spreken die dat vaker heeft gedaan, dan plant u hieronder een belafspraak.