Top 10: wat inbrekers zelf zeggen dat hen tegenhoudt
Wat houdt een inbreker tegen, volgens inbrekers zelf?
Zichtbaarheid en moeite. In het grootste onderzoek dat hiernaar is gedaan, onder 422 veroordeelde inbrekers, zei 83% dat hij vooraf uitzoekt of er een alarm is en 60% dat hij dan een ander huis kiest. Niet het duurste huis wordt gekozen, maar het makkelijkste. Hieronder staan de tien punten die zij zelf noemden, met per punt wat u ermee doet.
Deze lijst is omgekeerd opgeschreven: het zijn de dingen die inbrekers noemden als reden om te stoppen of door te lopen. Wij zetten er de maatregel bij. Bij elk punt staat waar het vandaan komt, en waar wij iets uit onze eigen praktijk toevoegen staat dat er als etiket bij.
1. Ze kijken eerst of er een alarm is
83% van de ondervraagde inbrekers probeert vooraf vast te stellen of er een alarm aanwezig is. Dat gebeurt dus vóór er iets is gebeurd, in de ronde waarin iemand alleen maar kijkt.
Wat u ermee doet: zorg dat er iets te zien is. Een systeem dat van buiten onzichtbaar is, mist deze hele eerste ronde. Dit is het enige punt in de lijst waar zichtbaarheid belangrijker is dan techniek.
2. Zestig procent loopt door als er een alarm blijkt te zijn
60% zoekt een ander doelwit zodra er een alarm is. Ontdekt iemand het pas tijdens de poging, dan stopt 50% alsnog en twijfelt nog eens 31%. Slechts 13% gaat altijd door.
Wat u ermee doet: dit is de reden dat een basisopstelling die er wél is meer waard is dan een perfecte opstelling die u volgend jaar gaat aanschaffen.
3. Ze kijken naar mensen in de buurt
Bij de doelwitkeuze noemden de meesten de nabijheid van andere mensen: verkeer, bewoners in huis, buren, politie. Gezien worden is het risico dat het zwaarst weegt.
Wat u ermee doet: houd zichtlijnen open. Een hoge schutting of dichte heg voor de voorgevel voelt privé, maar hij haalt precies het toezicht weg waar een inbreker rekening mee houdt.
4. Geen vluchtroute betekent geen poging
Het ontbreken van een ontsnappingsroute stond in het onderzoek bij de belangrijkste redenen om een doelwit over te slaan.
Wat u ermee doet: de poort en het achterpad zijn belangrijker dan de voordeur. Een afgesloten achterom maakt van een gemakkelijke plek een riskante.
5. De meesten komen door een raam of deur die openstaat of opengaat
De meeste inbrekers in het onderzoek kwamen binnen via een open of geforceerd raam of deur. Slechts ongeveer één op de acht pikte een slot of gebruikte een eerder bemachtigde sleutel.
Wat u ermee doet: het draai-kiepraam op een kier en het klepraampje boven zijn geen detail. Sluit ze ook als u een half uur weg bent.
6. De sleutel is de kortste route
Die één op de acht is het aandeel dat via een sleutel of het slot binnenkwam. Dat is klein in aantal en groot in gevolg, want er is dan geen braakspoor en dus vaak discussie met de verzekeraar.
Wat u ermee doet: haal de reservesleutel weg bij de mat, de meterkast en het kluisje naast de deur. Bij een bedrijf: houd bij hoeveel sleutels er in omloop zijn en wijzig codes bij vertrek van personeel.
7. Ze komen overdag en in de avond, niet ’s nachts
Nederlands onderzoek over 20.598 woninginbraken: 15% in de ochtend, 28% in de middag, 37% in de avond en 20% ’s nachts. Maar 30% valt tussen 22.00 en 06.00 uur, dus 70% gebeurt buiten de nacht.
Wat u ermee doet: zet uw alarm overdag aan als u weg bent. Wie alleen ’s nachts inschakelt, beveiligt het rustigste deel van het etmaal.
8. Een hond binnen telt mee
Bij de zaken die inbrekers noemden bij de doelwitkeuze stond een hond binnen in hetzelfde rijtje als alarmbordjes en camera’s buiten.
Wat u ermee doet: niets, want u schaft geen hond aan voor uw beveiliging. Het staat hier omdat het laat zien waar het echt om draait: onvoorspelbaarheid en geluid.
9. Het motief is meestal geen berekening
51% deed het voor drugs en 37% voor geld dat vaak voor drugs bedoeld was. Slechts één van de 422 was uit op vuurwapens, wat het meest genoemde misverstand meteen onderuithaalt.
Wat u ermee doet: iemand met een korte horizon kiest het makkelijkste doelwit in de straat, niet het rijkste in de wijk. U hoeft dus niet de best beveiligde woning van Nederland te zijn. U moet niet de makkelijkste van uw straat zijn.
10. De schuur en de oprit worden vergeten
Uit de Nederlandse politieregistratie over twaalf maanden: 10.767 inbraken in schuur, box of garage en 42.143 diefstallen uit of vanaf een auto, tegenover 21.793 woninginbraken. Diefstal uit de auto is dus bijna twee keer zo vaak als inbraak in het huis.
Wat u ermee doet: begin bij de schuur en de oprit. Daar staat het gereedschap, de fiets en de auto, en daar hangt bijna nooit iets.
Wat u in deze lijst níét vindt
- Geen aantal minuten waarna iemand zou opgeven. Dat getal circuleert overal en er is geen bron voor die standhoudt.
- Geen percentage dat afhaakt door een camera. Camera’s worden in het onderzoek genoemd bij de doelwitkeuze, maar er staat geen los cijfer bij.
- Geen inbraaktechniek. Wij beschrijven niet hoe iets opengaat. Dat helpt niemand die zich wil beschermen.
Over de bronnen, en waarom dat hier uitmaakt
De percentages komen uit Understanding Decisions to Burglarize from the Offender’s Perspective van Kuhns, Blevins en Lee: 422 gedetineerde inbrekers uit North Carolina, Kentucky en Ohio. Dat onderzoek is gefinancierd door de Alarm Industry Research and Educational Foundation, de onderzoeksstichting van de Amerikaanse alarmbranche. De uitkomsten vallen gunstig uit voor die branche.
Wij noemen dat erbij, elke keer. Niet omdat de cijfers daarmee onwaar worden, maar omdat u het hoort te weten als een verkopende partij het onderzoek betaalde waar diezelfde partij zich op beroept. De Nederlandse tijdstipcijfers komen uit Op inbrekerspad? van Kruize en Gruter voor Politie & Wetenschap; de aantallen uit CBS-tabel 47022NED, die de politie vult.
Van lijst naar uw eigen adres
Deze tien punten gelden overal. Wat er in uw straat gebeurt, staat in de cijfers van uw eigen buurt: vul hieronder uw adres in. Lees daarna de tien zwakke plekken die wij het vaakst tegenkomen en het volledige onderzoek.