Wat ex-inbrekers zelf vertellen: elf video’s uitgeluisterd
Wat zeggen ex-inbrekers zelf?
Wij hebben elf Nederlandse video’s met ex-inbrekers, wijkagenten en preventiedeskundigen woord voor woord uitgeschreven: ruim zevenduizend woorden. Daar komt een verrassend eensluidend beeld uit, met één punt waarop ze elkaar hard tegenspreken. Dat punt is uitgerekend het advies dat u overal leest.
Wij vonden geen enkele plek waar deze uitspraken bij elkaar staan. Daarom deden we het zelf: transcript maken, uitspraken naast elkaar leggen, en er onze eigen cijfers naast houden. Waar iemand iets beweert zonder bron, zeggen we dat erbij.
De tegenspraak: helpt buitenverlichting nu wel of niet?
Dit is het advies dat op elke preventiepagina staat: hang er een lamp met bewegingsmelder. Twee ex-inbrekers zeggen het tegenovergestelde van elkaar.
De ene: licht schrikt af
“Zet een potentiële inbreker altijd in de spotlight.”
Dat is de lijn van de wijkagent en van Evert Jansen, de bekendste Nederlandse ex-inbreker: een steegje zonder licht is de ideale plek om je te verbergen, en een lamp op een sensor waarschuwt tegelijk de buren.
De andere: juist géén licht is lastig
“Als het helemaal donker is, dan heb je een lampje nodig om in te breken. En dan val je op.”
Deze ex-inbreker draait het om. Volstrekte duisternis dwingt hem om zelf licht te maken, en dat is precies wat hem verraadt. Bovendien, zegt hij over de lamp die u ophangt: die draait hij los, slaat hij stuk of schiet hij van een afstand kapot.
Wie heeft er gelijk? Allebei, en dat is geen slap compromis. Een lamp aan de vóórzijde, waar voorbijgangers zijn, werkt als signaal naar anderen. Een lamp achter, in een steeg waar niemand kijkt, verlicht vooral zijn werkplek. Wij plaatsen buitenverlichting daarom waar er ogen zijn, en zetten op de blinde kant liever detectie dan licht. Dat is een ander advies dan u overal leest, en het komt uit hun eigen mond.
Waar ze het wél allemaal over eens zijn
Over de rest is de overeenstemming opvallend groot. Vijf dingen komen in vrijwel elke video terug.
1. Het opstapje dat u zelf klaarzet
“De kliko: dat is een transportmiddel én een inklimmiddel.”
Kliko, ladder, tuintafel, fiets tegen de gevel. In elke video wordt hetzelfde aangewezen. Een ex-inbreker die tijdens de vakantieperiode door een wijk loopt: “Je ziet een hek, dan een muurtje, dan een dakje, en de wereld ligt voor me open, want als ik op het dak ben kan ik overal komen.”
2. De schuur, en wat daarin staat
“Veel inbrekers nemen geen gereedschap meer mee, maar maken gebruik van wat de natuur hun biedt: de spullen uit het schuurtje.”
Dat is uit de campagne van het ministerie. Evert Jansen loopt in zijn video een tuin in, ziet de schuur openstaan met een elektrische fiets erin met de sleutel er nog in, en belt aan om het te laten zien. Onze eigen cijfers sluiten hierop aan: inbraak in schuur, box of garage is een eigen categorie in de politieregistratie, met 10.767 gevallen in twaalf maanden — ongeveer de helft van het aantal woninginbraken.
3. Het gaat om seconden, niet om minuten
“Ik heb alleen maar een paar seconden nodig.”
Jansen zegt het twee keer in dezelfde uitzending. Hij loopt met een camera door een wijk en heeft binnen twee minuten foto’s van wat er in een huis staat én een fietssleutel in zijn zak. Let op het verschil met wat u vaak leest: niet ‘een inbreker geeft na drie minuten op’, maar ‘hij heeft maar seconden nodig’. Dat eerste getal hebben wij nergens met een bron kunnen terugvinden; dit tweede is een uitspraak van een man die het deed.
4. Overdag, niet ’s nachts
“Ze denken altijd dat het ’s nachts is. Nee, kan gewoon ook overdag.”
Precies wat het Nederlandse onderzoek over 20.598 woninginbraken laat zien: 37% gebeurt in de avond, 28% in de middag en maar 30% tussen 22.00 en 06.00 uur. Zeventig procent valt dus buiten de nacht. De ex-inbrekers en de cijfers zeggen hier hetzelfde, en het gangbare beeld klopt niet.
5. De buurt is de beveiliging
“De beste beveiliging zijn wij zelf. Wie ziet mij lopen, wie spreekt me aan, en wie belt de politie?”
Dit is de uitspraak die het vaakst terugkomt en die het minst verkoopt. Jansen: “Als ik vroeger een wijk binnenliep, keek ik altijd eerst of de sociale controle groot was. Of er veel mensen op straat waren, en of er een bord hing van WhatsApp-buurtpreventie. Dat waren redenen om in die wijk niet in te breken.”
Het rijmt op het Amerikaanse onderzoek onder 422 veroordeelde inbrekers, waar de nabijheid van andere mensen als eerste werd genoemd bij de doelwitkeuze. Twee onderzoeken, twee continenten, dezelfde uitkomst.
De vakantiesignalen die u zelf afgeeft
Uit de video over de vakantieperiode, van een ex-inbreker die door een woonwijk loopt:
- De caravan of camper die weg is. “Als de camper er niet meer staat, weet ik genoeg.”
- De dakkoffer op de auto, of winterbanden die eraf gaan: dan gaat u op wintersport.
- De stapel post. Zijn eigen tip is om een sticker op de brievenbus te plakken zodat er minder folders ophopen.
- Uw vakantiefoto’s, live geplaatst. De wijkagent in een van de video’s: “Ik post mijn vakantiefoto’s altijd ná de vakantie.”
- Alle gordijnen dicht overdag. Dat is precies het beeld van een leeg huis.
Wat als u iemand hoort terwijl u boven ligt?
Alle bronnen zeggen hetzelfde: ga niet naar beneden. Bel 112. En als u iets roept, roep dan geen beschuldiging maar een naam: “Henk, hou eens op met dat lawaai.” Dan denkt degene beneden dat er meer mensen in huis zijn en krijgt hij ruimte om weg te gaan. Iemand insluiten of aanvallen is precies wat u niet wilt.
Een ex-inbreker die daar nu trainingen over geeft, noemt het geweldloze communicatie: u geeft hem een uitweg in plaats van een reden om te blijven. Jansen voegt eraan toe dat het woord ‘politie’ op zichzelf al werkt.
Drie beweringen die wij niet overnemen
In dezelfde video’s staan cijfers zonder bron. Wij noemen ze omdat u ze tegenkomt, en zetten erbij waarom ze hier niet als feit staan.
| De bewering | Waarom wij hem niet gebruiken |
|---|---|
| “80% van de inbraken wordt gepleegd door gelegenheidsinbrekers” | Geen onderzoek of tabel bij vermeld. Het getal circuleert al jaren zonder herleidbare bron. |
| “Drie op de vijf huizen heeft een slot dat binnen drie minuten open is” | Idem: geen meting, geen steekproef, geen jaartal. |
| “Elke twee minuten wordt er een auto opengebroken” | Deze één is te toetsen: 42.143 geregistreerde gevallen in twaalf maanden komt neer op ongeveer één per twaalf minuten, niet per twee. |
Wat er wél met een bron in staat: het SKG-keurmerk op hang- en sluitwerk, uitgegeven door een onafhankelijke instantie die op inbraakwerendheid test. Het aantal sterren geeft de weerstand aan. Dat is controleerbaar en het staat op het beslag zelf.
Wat wij hier zelf uit halen
- Ruim het opstapje op. Het is de enige maatregel die in elke video terugkomt en die niets kost.
- Doe de schuur op slot. Daar staat zijn gereedschap, en het is uw gereedschap.
- Zet uw alarm overdag aan. Zeventig procent gebeurt buiten de nacht.
- Licht waar ogen zijn, detectie waar niemand kijkt. Dat is de les uit de tegenspraak hierboven.
- Ken uw straat. Geen enkel product verslaat een buurman die u aanspreekt.
De bronnen
Elf video’s, uitgeschreven op 7 september 2026. Onder meer met ex-inbreker Evert Jansen (achttien jaar inbraken om een verslaving te betalen, nu vijftien jaar actief in preventie, onder andere voor RTV Drenthe en de stad Genk), een ex-inbreker die vakantiewijken doorloopt, een ex-inbreker die trainingen geeft over wat te doen als er iemand binnen is, een wijkagent over de vakantieperiode, en de landelijke preventiecampagne van het ministerie.
De cijfers die wij ernaast leggen komen uit CBS-tabel 47022NED (geregistreerde misdrijven, gevuld door de politie), uit Op inbrekerspad? van Kruize en Gruter voor Politie & Wetenschap, en uit het onderzoek onder 422 veroordeelde inbrekers van Kuhns, Blevins en Lee — dat laatste gefinancierd door de Amerikaanse alarmbranche, wat wij er altijd bij vermelden.
Wilt u weten wat er in uw eigen straat gebeurt in plaats van in het algemeen: vul hieronder uw adres in. Lees ook de top tien van wat hen tegenhoudt en het volledige onderzoek.